Verborgen paradijs aan de Indiase kust
Ida van der Burgh
door Ida van der Burgh
Op reis met Ida

Verborgen paradijs aan de Indiase kust

Vanuit de koele bergen kwamen we India binnen en via de droge hitte van de woestijn reisden we nu door de jungle naar haar kaneelbruine stranden. Tot nu toe deden we bijna alles via land, maar gezien alle treinen deze dagen vol zaten met festivalgangers, namen we een vliegtuig naar Goa. Met een tussenstop in Mumbai waren we er als nog in een fractie van de tijd die we met bussen en treinen zouden hebben afgelegd. India is een gigantisch land, voelt als een continent op zich en het openbaar vervoer gaat erg langzaam en is regelmatig vertraagd. Vluchten daarentegen vertrekken op tijd, voorzien je van genoeg beenruimte en bieden je een schone en nette wachtruimte aan tijdens de overstap. Inclusief peperdure hapjes en drankjes op het vliegveld.

We namen een bus naar de hoofdstad Panjim, en zaten ineens in een Portugese stad. De koloniale huisjes waren vers in de rode, blauwe en gele verf gezet en overal hing Jezus aan het kruis of duwde Maria devoot haar palmen tegen elkaar. Er stond een prachtige witte kerk op het plein waar ik gezellig in de hondenpoep stapte en er was een lange promenade die langs de zee liep. ‘s Middags ging alles dicht voor de siësta. Panjim was nog in de tijd van haar vroegere bezetters blijven hangen. We vonden een leuk hotelletje, wandelden door de stad, over het strand en via de overvolle fruitwinkel richting de boekwinkel. Ik vond het boek ‘Around India in 80 trains’ van Monisha Rajesh, waar ik in Jaipur over had gelezen. Het perfecte boek voor onze laatste weken in India.

“Ons eigen houten hutje op het strand, met een dak van stro en een veranda met twee stoelen en een tafeltje.”

Goa heeft een flinke party scene, voornamelijk in het noorden. De hotels en hostels zijn duurder, de Russen worden gezien als een ware plaag en de muziek dreunt de hele nacht door. Hier wilden wij overduidelijk niet naartoe dus kozen we Agonda beach. Een schot in de roos. Ons eigen houten hutje op het strand, met een dak van stro en een veranda met twee stoelen en een tafeltje. Een immer vrolijke en lieve gastheer en een dek waar we konden eten en drinken met uitzicht op de golven. ‘s Ochtends begonnen we met een duik in de zee en aten we een grote kom met yoghurt, muesli en veel tropisch fruit. Je kunt mij midden in de nacht wakker maken voor de zoete en sappige ananas, papaya, watermeloen en granaatappelpitjes van hier. Overdag lagen we op strandstoelen onder een parasolletje te lezen, struinden door het kleine dorpje of over het rustige strand, ontspanden we met een koud biertje of zaten we gewoonweg op de veranda te genieten van ons eigen paradijs. We huurden een scooter en reden van strand naar strand. En ook al was Cola beach een prachtig verstopt strandje met luxueuze hutjes en vonden we een nog veel groter strand met oude vissers bootjes: aan ons strand konden ze niet tippen. Dit was toch wel het beste vakantie oord ooit, met de zoetsappige naam Soulmate Beach Resort.

“Het leven is zo zwaar nog niet aan de Indiase kust.”

Ten zuiden van Goa, in Gokarna, kwamen we er pas achter hoe goed we het hadden gehad. De stranden waren iets minder mooi en hadden niet van die fijne ligstoelen of parasolletjes, de golven lieten zich de hele dag niet zien en de hutjes waren betonnen schuurtjes met een vies bed en verder niets. Bedden waren soms keihard en waren steevast bekleed met een verwassen doek met gaatjes erin, en twee harde kussens met smerige vlekken zonder sloop. Er was stroom, maar nergens internet op deze stranden en de badkamer had meestal alleen een kraantje met een emmer. Als je geluk had spoelde de wc wel door en de ene keer dat we dat geluk niet hadden lag er ook nog een cadeautje in van de vorige bewoner en zat er een spin op de muur zo groot als mijn vuist. De huisjes hadden ook niet zo’n leuk kraantje voor de deur dus je liep steevast een spoor zand mee naar binnen dat in de badkamer een modderbadje vormde. Er zaten meer beestjes binnen dan buiten en Jens kreeg helaas toch last van het befaamde Indiase buikprobleem.

Maar wie ben ik om te klagen over slapen met het geluid van de golven op de achtergrond en stralend weer? Even zonder internet is best lekker en zo’n bucket shower went snel. Het eten is ook heerlijk aan Kudle- en aan Om beach. We zwemmen, we zonnen, we wandelen en we lezen. Het leven is zo zwaar nog niet aan de Indiase kust.

Lees hier alle vorige columns van Ida

Ida van der Burgh
door Ida van der Burgh

Leave a Reply