Het is dinsdag. De visumaanvraag voor India ligt bij de ambassade en we moeten vrijdagochtend weer terug zijn om ons paspoort in te leveren. We laten 1 backpack en rugzak achter in het hostel en nemen de bus naar Bhaktapur, de tweede koningsstad. Voordat Nepal één land werd onder de hoofdstad Kathmandu, bestond zij uit drie koningssteden: Kathmandu, Bhaktapur en Patan, waar we dit weekend nog heen gaan. De busrit naar Bhaktapur duurt 50 minuten, kost 40 cent en we zitten ongeveer met zijn dertigen in een klein busje. De toegang tot de stad is in vergelijking enorm duur. 15 euro per persoon voor touristen. Ik hoop dat het naar de wederopbouw van de stad gaat. Hier zie je namelijk goed de destructie van de aardbeving van 2015. Veel tempels zijn ingestort en er zijn er maar weinig die weer een beetje zijn opgebouwd. Dat kost veel geld én tijd, want alles wordt hier met de hand gedaan. We eten in een Newari restaurantje. Echte Nepalese cuisine met een soort omelet, maar dan van linzen gemaakt, met buffelvlees en groenten. Zo lekker dat we er nog eentje bestellen. De volgende ochtend zitten we in de bus te wachten tot we naar Nagarkot vertrekken.

Als je hier met de bus wil reizen heb je geduld nodig. Hij gaat pas rijden wanneer hij vol is en dan bedoel ik ook echt tot de nok toe vol. Wij stappen als eerste in dus kunnen voorin gaan zitten waar ruimte is voor onze backpack. Eerst stromen de stoelen vol, dan het kleine bankje naast de chauffeur en dan komen er nog mensen in het gangpad te staan. Voor onze voeten liggen grote zakken rijst, tassen met kleurige meters stof en rugzakken. Op het smalle twee persoons bankje zitten vier mensen met hun bagage en een baby. Terwijl de bus steeds voller raakt komt er naast mijn raampje een man staan die ondersteund wordt door twee andere mannen. Ze lopen op blote voeten en de man huilt. Ook zijn ondersteuners kijken bedroeft. Na een tijdje komen er meer mannen aangelopen. Huilend en kreunend lopen ze blootvoets de straat op. Achter hen aan dragen zes mannen een houten brancard met een klein lichaam erop onder een witte doek. Er liggen heel veel bloemen op en er branden wierook stokjes uit de zijkanten. Sommige mannen dragen brandende fakkels. Er valt even een gat en daarna komen de vrouwen die nog harder huilen en jammeren. Elke vrouw huilt hartstochtelijk. Was het een heel dierbaar persoon? Een kind? Is dit de manier waarop je hoort te rouwen in Nepal?

“De bus gaat pas rijden wanneer hij vol is en dan bedoel ik ook echt tot de nok toe vol.”

De bus rijdt. Ik kijk met bewondering naar de vrouwen. Hun zwarte haar valt in grote krullen langs hun gezicht of zit opgestoken met gouden klemmen. Een vrouw heeft een grote neusring en een enorme kralenketting omhangen. Veel kleine meisjes die ik hier zie hebben al twee gouden oorbelletjes voordat ze kunnen kruipen en sommigen hebben zwarte kohl streepjes om hun oogjes. Een man knoopt een gesprekje aan met Jens. “Where are you from?” Is de zin die we het meeste horen op reis. Ik hang met een elleboog uit het raampje en geniet van het uitzicht. De zon schijnt op mijn gezicht en ik zie koeien, straathonden en modderwegen die zich voor ons uitstrekken. De jongen die in de bus werkt fluit af en toe als hij ziet dat er iemand wil in- of uitstappen. Haltes zijn er niet. Ik voel mijn voeten niet meer door de zak rijst die is verschoven en een man die instapt zet een van zijn tassen bij Jens op schoot. Ik verwonder me erover dat iedereen zo kalm is en zo netjes voor elkaar aan de kant gaat, spullen herschikt of aangeeft als ze uitstappen. Ondertussen rijden we de bergen in en ik kijk uit over de felgroene vallei. Voordeeltje van reizen in het regenseizoen. De harde Hindi muziek maakt het helemaal af. Deze rit kan me niet lang genoeg duren.

Nagarkot is een klein dorpje in de bergen met veel hotels voor ‘trekkers’, want wie hier in de bergen reist gaat hiken. Onze hotelkamer heeft echt een fantastisch uitzicht dat per uur lijkt te veranderen. Het ene moment kijk je uit over een enorme bergketen en probeer je Mount Everest te ontwaren en het volgende moment drijven er zoveel wolken voorbij dat je niets meer kan zien. De kamer heeft twee wanden van glas en we worden wakker in de wolken. Ik ben er stil van. Dit voelt zo bijzonder.

We gaan twee dagen hiken en overnachten in een nog kleiner dorpje 9 uur verderop. Het eerste stuk is door de Nepalese jungle waar we voor het eerst in aanraking komen met bloedzuigers.. Mijn totaal na twee dagen is 17 beten en talloze muggenbulten. Deet lijkt niets uit te halen. Mijn knie is niet erg blij met al dat wandelen en klimmen en hoewel het de hele dag droog is moeten we door behoorlijk wat modder ploeteren. Op het einde van de dag bereiken we net voor zonsondergang het dorpje. Ik ben opgelucht dat we niet in het donker nog in het natuurpark zitten en dat ik mijn pijnlijke knie kan laten rusten. We overwegen de tweede dag te laten voor wat het is en een bus terug te nemen naar Kathmandu, maar door de heftige regenval zijn de wegen te slecht dus rijdt er niets.. Geen andere keuze dan nog vijf uur door jungle, bergen en langs de voor mij zo pijnlijke trappen af te dalen naar de voet van de berg. Uitgeput zak ik in de bus neer. We rijden door andere dorpjes weer terug naar de hoofdstad. Het is vandaag het festival van de vrouw en overal lopen vrouwen in hun prachtige rood met gouden trouwjurken rond. Ze dansen, lachen en rinkelen met hun armen vol armbanden. In de stad staan ze in een enorm lange rij waar ze waarschijnlijk uren in moeten staan, onderweg naar de grote hindoeïstische tempel. Ik ben blij dat ik altijd aan het raampje mag zitten van Jens.