Alleen in Jaipur, 'the pink city'
Ida van der Burgh
door Ida van der Burgh
Op reis met Ida

Alleen in Jaipur, ‘the pink city’

Jaipur is onze eerste stop in Rajasthan, de staat van de gekleurde koningssteden. Jens gaat net buiten Jaipur naar een Vipassana meditatie retraite. Hier moet hij zijn telefoon inleveren en mag hij tien dagen niet praten, lezen of schrijven en moet hij tien uur per dag zittend mediteren. Streng, stil en niets voor mij. Ik vind het heel knap dat hij zichzelf op deze manier uitdaagt en ik vind het spannend om zo lang alleen te zijn. In India nog wel. Op Airbnb vinden we een homestay die speciaal gericht is op alleen reizende vrouwen en waar een kookschool aan gebonden is. Dat klinkt ideaal. Het zit in een buitenwijk van Jaipur, om de hoek van het metro station en de kamers zijn prachtig. Een mooi opgemaakt bed, een eigen badkamer, een groot balkon en een eigen waterkoker en koelkastje. Wat een luxe gevoel! Voor het eerst in zes maanden heb ik mijn kleren weer in een klerenkast liggen en leef ik even niet uit mijn backpack. Het is rustig in huis en in de wijk en dat is heerlijk ontspannen na een half jaar reizen. Payal, de eigenaresse, is ontzettend aardig en zorgt ervoor dat ik me meteen thuis voel. Jens slaapt hier één nachtje en neemt de volgende ochtend een taxi naar zijn retraite. Als ik hem uit heb gezwaaid ga ik even boodschappen doen en dan kom ik terug op een lege kamer. Dat voelt wel even gek hoor. We zijn al die maanden continue samen geweest en ook al keek ik ernaar uit om even tijd helemaal voor mezelf te hebben, voelt het ook wel erg leeg.

“Jens gaat naar een meditatie retraite en mag tien dagen niet praten, lezen of schrijven, en moet 10 uur per dag mediteren.”

Ik kom al snel in een fijn ritme en geniet van mijn vrije tijd. Hoe vreemd is het dat dit reizen zo’n vaste prik is geworden dat ik nu het gevoel heb alsof ik vakantie heb? Om acht uur sta ik op, mediteer ik tien minuutjes in solidariteit met Jens, doe ik wat yoga oefeningen en ga ik douchen. Om negen uur ga ik met een boek of mijn telefoon in de hal aan tafel zitten en krijg ik ontbijt van Payal. Toast met jam en een appel, een chapati met chutney en een sinaasappel of wat yoghurt met papaya, granaatappelpitjes en muesli. Als ik door het centrum van de stad loop zie ik waarom deze stad The Pink City wordt genoemd. Het prachtige paleis van de wind is helemaal roze en vele andere gebouwen en muren zijn stoffig oud roze gekleurd. Heel erg goed bijgehouden is het allemaal niet sinds de stad in 1876 helemaal in deze zoete kleur was geverfd voor een bezoek van de Britse Koning Edward VII.

Het is even wennen om rond te lopen zonder Jens. In India word je constant aangesproken door iemand die je vraagt waar je vandaan komt, waar je heen gaat, of je mee wil hier of daar heen of iets wil kopen in hun winkel. Meestal spreken ze Jens aan en ontspring ik de dans, maar als vrouw alleen ben je een nog veel geliefder doelwit en ik ben na drie uur rondwandelen doodmoe van al deze aandacht. Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat er constant iemand met me mee loopt en ik al mijn tijd besteed aan hen zo beleefd mogelijk af te schudden of ze zelfs gewoon te negeren. Als ik het toeristische gedeelte achter me wil laten en richting het park loop, loopt er een man achter me aan. Hij zegt niets, maar wanneer ik langzamer loop remt hij af en als ik een zijstraat neem, slaat hij ook af. Na een kwartier ben ik het zat en ga ik achter een vrouwelijke politieagente staan. Een paar minuten later geeft hij het op. Ik erger me aan deze manier van doen. Het voelt gewoon niet fijn om zo bezig te zijn met opdringerige en soms ronduit vervelende mensen. Mannen. Ik besluit voor de dag erna een tour te boeken naar een groot fort complex buiten de stad. Helaas wordt ik ziek in mijn taxi rit ernaartoe. Ik spring net op tijd uit de taxi en sta daar ineens midden in de drukte. Mijn taxi gaat ervan door en er vormt zich een kring mensen om me heen die nieuwsgierig toekijken terwijl ik over mijn nek ga. Niemand doet iets en ik voel me beroerd, heb het snik heet en voel me behoorlijk alleen. Ik loop een stukje verder en vind een riksja chauffeur die me terug brengt naar mijn homestay en me een schijntje vraagt voor de lange rit. Ik zou hem een knuffel willen geven als ik niet wist dat ik opnieuw over mijn nek zou gaan door zijn zweetgeur. De twee dagen erna lig ik ziek op bed, maar ben ik ontzettend blij met mijn fijne kamer, mijn privé badkamer die vijf stappen verwijderd is van mijn bed en met Payal die af en toe vraagt hoe het met me gaat en me flessen water brengt. En uiteraard de goeie internetverbinding en mijn moeders Netflix account. Ik begin de ORS bijna lekker te vinden.

“Mijn taxi gaat ervan door en er vormt zich een kring mensen om me heen die nieuwsgierig toekijken terwijl ik over mijn nek ga.”

De rest van mijn dagen ontdek ik andere plekjes in de stad, bezoek ik de Monkey Temple, het prachtige Albert Hall museum (van binnen klein en niet bijzonder, maar van buiten intens mooie architectuur), lunch ik in hippe tentjes en eet ik borden vol groente in mijn homestay. Ik bel gezellig met vrienden en familie in Nederland en volg een kookcursus bij Payal. We gingen naar de markt waar zij honderduit vertelde over de keuken van Rajasthan en waar we in een kruidenier zagen hoe zij kilo’s kurkuma wortel vermaalde en linzenmeel maakten. We kochten zakjes kruiden die ik mee naar huis mocht nemen, en kozen groente uit op de markt. Hier lagen zoveel verschillende soorten die ik nog nooit had gezien. Kleine bolle komkommertjes met streepjes en gekke kleurtjes die zuur smaken en bitter fenegriek blad waar ik alleen de zaden van kende. We kookten in de buitenkeuken geurige rijst, baby aubergine gevuld met een kruidige pasta, palak paneer (een soort spinazie curry met Indiase kaas), nog meer groente- en aardappelgerechten en we maakten chapati deeg dat we uitrolden en bakte boven een open vlam.

Tien dagen bleken in India twaalf dagen te betekenen dus ik moest even een flinke teleurstelling wegslikken toen ik er op zaterdag achter kwam dat Jens niet die dag, maar pas de volgende terug zou komen. Gelukkig had hij zijn telefoon die dag terug gekregen en hij belde me twee keer op om even te kletsen. Ondertussen probeerde ik de treinkaartjes en het hostel in Johdpur te cancellen. Tot zover mijn goede voorbereiding. Zondag was het wel des te leuker om elkaar weer te zien. Ik denk dat het ons allebei heel erg goed heeft gedaan om even ons eigen ding te doen. Jens heeft het met vlagen best zwaar gehad op zijn retraite, is erg blij dat hij het heeft gedaan en dat het nu voorbij is. Wij gaan in ieder geval met vernieuwde reislust verder naar The Blue City en ik zal de lieve Payal nooit vergeten.

Lees hier alle vorige columns van Ida

Ida van der Burgh
door Ida van der Burgh

Leave a Reply