Cécile Narinx venetie
Liesbeth Rasker
door Liesbeth Rasker
Lievelingsplek van...

Lievelings plek van… Cécile Narinx

Omdat andermans lievelingsplek ook zomaar die van jou kan worden vertelt in deze rubriek een leuk iemand (en dat bepaal ik, het is hier geen democratie zeg) zijn of haar aller meest super duper favorietste plek op aard. Deze week is dat Cécile Narinx, hoofdredacteur van Harpers Bazaar en auteur van het binnenkort te verschijnen “Dit boek gaat niet over mode“. Cécile, take it away…

Ja jeeezus, vragen welke plek op aard mijn lievelings is, dat is net zoiets als vragen welk kledingstuk me het dierbaarst is. Moeilijk! Ik zou dan na lang denken de kokerrok uitkiezen, maar: een mooi truitje erboven of een paar goeie hakken eronder zijn minstens zo lievelings. Maar ik móet kiezen van Liesbeth. Dan valt de keus uiteraard op Italië, het land waar ik als zestienjarige voor het eerst kwam, met de touringcar vanuit Maastricht voor de studiereis van gymnasium 5. Instant smoorverliefd op tutto Italiano was ik toen, want: wát een land! Je struikelt er over cultuur en knappe mannen in goeie outfits (Carabinieri! Gondeliers! Jonge priesters!), goeiige nonnen en kledingwinkels, lekker eten en fraaie stranden. Gevolg is dat ik er zo vaak mogelijk heen ga. Sowieso twee keer per jaar tijdens de Milaan fashion week en elke zomer op grote vakantie. Hoewel mijn favoriete streek Ligurië is (lees hier maar even waarom) ligt mijn lievelingsstad precies in de andere oksel van Italië.

“Het is Venetië. Ja, inderdaad, het supertoeristische, zinkende, stinkende Venetië”

Het is Venetië. Ja, inderdaad, het supertoeristische, zinkende, stinkende Venetië, waar je op bruggen en pleinen bekneld raakt tussen de Chinese toeristen en groepen Amerikaanse senioren op witte kleutersneakers, aangevoerd door militante akela’s met een vlaggetje en een headset. Waar je bescheten en befladderd wordt door de triljoenen opgefokte duiven die op het San Marcoplein uithangen. Dát Venetië ja, de stad die ondanks alles van een ongeëvenaarde, ontroerende schoonheid is. ’s Morgens vroeg en ’s avonds laat, als de dagjesmensen er nog niet of niet meer zijn, dan heb je het rijk voor je alleen. Als je de Rialtobrug en het San Marco-plein mijdt, dan ook kun je je binnen twee minuten moe-der-tje-ziel alleen wanen. Ook als je een bootje neemt naar het Lido, Burano of La Giudecca is het al ras minder druk. Al die historie, al die verhalen die de stad herbergt – het blijft betoveren. Je kunt er boek na boek over lezen, muziekstukken en films bijhalen, maar ook je fantasie de vrije loop laten. Spritz drinken op het terras van Hotel Bauer (uitzicht van de foto) aan het Canal Grande en luisteren naar het kietelgeklots van het water tegen de gondels – veel mooiere geluiden zijn er niet.

Toen ik er in 2006 was ging ik op de foto met een paar gondeliers die op een bankje voor het Bauer hingen. Acht jaar later, in 2014, leek het me een uitstekend idee om nog eens zo’n foto te maken. Ik sprak een willekeurige gondelier aan, liet hem de oude foto zien en legde hem uit dat ik zo’n soort kiekje graag nog een keer wilde. Hij wees naar de gondelboy die naast me zat op de foto en zei: ‘Hey! That’s me!’. Zonder morren poseerde hij nog een keer, even wijdbeens als in 2006. Tutto Italiano.

img_8447

img_8482

img_8573

img_8903

Liesbeth Rasker
door Liesbeth Rasker

Leave a Reply