Ik roep graag dat ik met Bag to Reality niet alleen maar schone schijn wil spelen, en een realistischer geluid wil laten horen. Online moet altijd alles maar goed gaan, en lijkt het leven een aaneenschakeling van hoogtepunten. Vooral op Instagram, waar ik zelf natuurlijk hard aan mee doe. Maar Bag to Reality moest een plek worden waar dingen ook gewoon kut kunnen zijn, zoals Manila, waar we eerlijk met en tegen elkaar zijn, want het leven ís gewoon geen aaneenschakeling van hoogtepunten en doldwaas geluk. Als ik de eerste ben om al het goede en mooie met jullie te delen, waarom dan niet ook het stomme? En juist dat gegeven houdt me de afgelopen weken hier in de Filipijnen enorm bezig. Deze reis heeft namelijk best een heel andere kleur gekregen dan ik van tevoren had gedacht. Had gehoopt, vooral. Reizen, soloreizen, zorgt altijd voor soul searching, ook al was dat niet je intentie van op reis gaan. Maar omdat je alles in je eentje doet, kom je jezelf hoe dan ook tegen. Groot plezier in je eentje ervaren kan voor mij een haast bovennatuurlijk gevoel veroorzaken, maar in je eentje verdriet ervaren, dat is andere koek.

Weet je nog die prachtige boottrip die ik had gemaakt? Hier vertelde ik er over. De eerste nacht sliepen we in kleine tentjes op een onbewoond eiland, de lucht was fel verlicht door de miljoenen sterren en de zee gaf licht door lichtgevende vissen. Die bestaan dus. Ik geloof niet dat ik ooit zo’n mooi, rustig en vredig natuurverschijnsel had gezien. Maar die nacht gebeurde er iets. Of eigenlijk die avond. Ik kreeg namelijk een slecht nieuws bericht uit Nederland, een bericht dat je niet wil krijgen, en dat ervoor zorgde dat ik meteen met een straaljager naar huis wilde gaan. Heb enorm zitten twijfelen of ik dit nou wel of niet moest vertellen, want wat er precies aan de hand is wil ik niet zeggen, en ik heb een hekel aan al die aandachttrekkerij van types die alleen zéggen dat ze zich kut voelen, maar dan niet gaan zeggen waarom. Of die kwijlerige teksten op Instagram, met zogenaamd diepzinnige quotes waarmee je eigenlijk vooral om aandacht vraagt om het om aandacht vragen. Zeg dan gewoon niets. Maar ja, dat schuurde weer met mijn intentie om eerlijk te zijn.

“Dat was de eerste keer dat alleen op reis zijn even helemaal niet leuk is.”

Die avond, opgekruld in m’n tent en ochtend erna, waarbij ik niet veel meer kon dan hard huilen, veel bellen met het thuisfront, en tickets kijken naar Amsterdam, heeft ervoor gezorgd dat alles wat erna kwam in een heel ander licht kwam te staan. Elke keer als ik blij was, of als iets heel leuk was, voelde ik me bijna schuldig omdat dat slechte nieuws als een rare wolk boven m’n hoofd hing. En bij elke Instagramfoto of artikel dat ik plaatste dacht ik, “ja doei, ik kan nu toch niet doen alsof alles koek en ei is en ik hier de hele tijd dolgelukkig zit te zijn, terwijl dat helemaal niet zo is.” Het voelde als valsspelen, als meedoen aan het oppervlakkige alles-is-altijd-geweldig sfeertje waar ik nou juist níet aan mee wil doen. Degene om wie het nieuws gaat drukte me echter op het hart dat ik vooral moest blijven, mijn kop in het zand moet steken en de reis moet afmaken zoals ie bedoeld was. Ik kan niets doen in Amsterdam, er is nog veel onduidelijk, en je kunt beter mokken en sippen op een warm strand dan in een mistig koud Amsterdam.

Maar dat was de eerste keer dat alleen op reis zijn even helemaal niet leuk is. Dat het heel stom is om niemand te hebben waarmee je kunt praten, huilen, lachen en knuffelen. Dat dat onbewoonde eiland ook niet meer is dan een plak zand in water, drie dagen verwijderd van het dichtstbijzijnde vliegveld. De dagen op de boot waren een heel rare ervaring, waarbij de krankzinnige schoonheid van mijn omgeving in schril contrast stond met hoe ik me van binnen voelde. Gelukkig ben ik heel goed in m’n kop in het zand steken, en als je op plekken bent als deze is dat ook niet zo moeilijk. Zand genoeg.

Inmiddels ben ik alweer flink wat dagen verder en al lang niet meer zo verdrietig. Nog nooit was ik zo blij met m’n lokale simkaart, waardoor iedereen een klein Whatsappbelletje van je verwijderd is. En gek genoeg is dat idiote Boracay ook goed geweest. Dat is zó over the top krankzinnig debiel dat ik denk “OKE LET’S DO THIS.” Misschien dat juist doordat het hier zo níet rustig is, ik die rust veel meer in mezelf vind, want sinds ik hier ben kan ik Nederland veel meer loslaten. Goed dit klinkt veel te zweverig, maar het is de laatste dag van het jaar en dat maakt me altijd een beetje emotioneel.

Samenvattend: ik ben een blij mens, en soms heel even niet. Maar weet je, dat is ook oke. 2016 was voor mij overwegend best een goed jaar, en alles dat toen is gestart zal zich in 2017 verder ontwikkelen. For better or for worse. Maar dat hoort erbij, en deze reis is er in ieder geval eentje die ik om meerdere redenen nooit meer zal vergeten. Ik wens jullie het beste nieuwe jaar van de wereld, en hoop dat al jullie dromen, wensen én reizen mogen uitkomen.

See you in 2017.