Geschreven in 2012

Ik ben net terug van mijn paardentrektocht en de trip was precies zoals het landschap: hoge prachtige pieken, maar ook diepe met tranen en regen overspoelde dalen. Nu achteraf kan ik alleen maar lovend over de afgelopen 8 dagen praten, maar er zijn ook momenten geweest dat ik huilend van ellende niet meer wist wat ik wat ik met mezelf aanmoest. Maar laat ik bij het begin beginnen. Oh en wees gewaarschuwd, dit gaat een lang verhaal worden.

“In de nacht die toen volgde ging het mis.”

Waarom is me niet meer duidelijk, maar ik was er volledig van overtuigd dat ik met 1 familie een week zou optrekken, dat bleek echter helemaal niet het geval te zijn. De familie waar we in eerste instantie heen gingen was niets meer dan een beginpunt, van waar ik de volgende dag met een Engels sprekende gids en een lokale gids de bergen in zou trekken (de Engels sprekende gids heet Mendee, en de lokale gids had geen naam. Of naja, we wisten allebei niet hoe hij heet en dus was hij ‘horseman’.). Hoe dan ook, na de eerste nacht in de ger was het eindelijk tijd om de trek te beginnen. Gewapend met tent en slaapzak zouden we in 7 dagen naar de plaats van bestemming gaan: Harhorin. De eerste dag op het paard was te gek. Dit was precies waarom ik naar Mongolie wilde. Door dat landschap, (serieus, dat landschap, nog nooit zoiets moois gezien), op een paard, zon in je gezicht, en had ik al gezegd dat het Mongolie het mooiste landschap ooit heeft? Qua lunch was het picknicken in het gras. Heel idyllisch. De stiltes waren wel vrij dodelijk, horseman spreekt geen Engels en Mendee en ik hadden niet direct een enorme klik. Dus behalve een briesend paard en een smakkende horseman was er louter lucht en wind om naar te luisteren en dat gaat behoorlijk snel vervelen.

In de nacht die toen volgde ging het mis. We hadden onze tent nog maar net opgezet of het begon onmogelijk hard te stormen. En dan bedoel ik niet zo’n gezellig Hollandsch regenbuitje, neen, we hebben het hier over een orkaan en uit de lucht vallende oceaan in de fucking middle of nowhere. Rukwinden, hoosbuien, noodweer, onweer, bliksem, ik weet niet hoeveel woorden van gelijke strekking ik moet gebruiken om de situatie te omschrijven. Ik lag in mijn tent, en ‘liggen en wachten tot het over gaat’ was nog nooit zo letterlijk. Leuk om even te melden, die tent was dus gewoon hartstikke lek. Daarnaast waren de risten ook kapot dus het klapperde en wapperde alle kanten op. Opgerold in de feutushouding over m’n backpack heen in het laatste soort van droge hoekje van de tent kon ik alleen maar denken: ik. wil. dit. niet.

“Opgerold in de feutushouding over m’n backpack heen in het laatste soort van droge hoekje van de tent kon ik alleen maar denken: ik. wil. dit. niet.”

Na een paar uur hoorde ik ergens in de verte mijn naam geroepen worden. Het was Mendee, die me kwam vertellen dat horseman zijn broer had gebeld en dat die laatste ons zou komen ‘redden’. En inderdaad, na een half uurtje hoorde ik ronkende geluiden en stonden er opeens 2 grote motoren klaar om ons en onze bagage terug te brengen naar de familie waar we diezelfde dag waren begonnen. Ga terug naar start, u ontvangt geen 200 gulden.

Maar dan zit je dus in die ger. Alleen. Ik hou een reisdagboek bij en schreef toen:

“Ik verveel me de pleuris, voel me vreselijk opgelaten, heb geen idee wat er van me verwacht wordt en wat er gaat gebeuren. Op het moment is het nog steeds knetterhard aan het regenen en dit zou reuzegezellig kunnen zijn als je met vrienden bent. Potje kaart, verhalen vertellen, dat werk. Maar ik zit hier in m’n eentje en geloof dat ik me nooit eerder zo eenzaam heb gevoeld. Wat ontzettend kneuzig, ik ben potdorie nog geen 5 dagen van huis en heb nu al een dip.”

Goed dit verhaal gaat veel te lang worden dus ik ga even een versnelling hoger. Het komt op het volgende neer; ik heb me de eerste 3 dagen zo afschuwelijk alleen en eenzaam gevoeld. Alles was zo indrukwekkend en bijzonder, maar als je dat met niemand kan delen dan blijft het allemaal zo in je eigen hoofd zitten. Horseman woont zelf in de countryside, Mendee is er eveneens opgegroeid dus voor hen is het allemaal gesneden koek. Ik miste een maatje, iemand met wie ik kon roddelen over het slechte gebit van horseman, met wie ik kon klagen over het krankzinnig dunne slaapmatje en lekkende tent, iemand die net als ik doodsangsten uitstond voor al het enge en vieze eten dat ze hier eten, en vooral iemand met wie ik grapjes kon maken en kon lachen. Ik ben opzich graag alleen, maar er is een verschil tussen alleen zijn in een stad met mensen om je heen, en alleen zijn op een plek waar niemand is. In Mongolie wonen iets meer dan 2 miljoen mensen, waarvan 600.000 in Ulaanbaator. De rest leeft verspreid over een land dat ruim 4 keer groter is dan Frankrijk. Voel je ‘m?

“Ik miste een maatje, iemand met wie ik kon roddelen over het slechte gebit van horseman”

Langzaam maar zeker begon ik het steeds leuker te vinden, en ook het kamperen in de lekkende tent kreeg ik steeds meer onder de knie. Overdag hadden we over het algemeen vrij goed weer, maar ’s avonds begon het klokslag 6 uur onherroeppelijk te rommelen. De grond was te nat om in de tent te slapen en dan zit er maar 1 ding op: aankloppen bij een op je pad komende ger.

Zo gezegd zo gedaan, en vanaf toen werd het leuk. Er is een groot verschil tussen ‘citylife’ en het leven in de country side, en alles wat nu zal volgen is alleen van toepassing op de country side. Ulaanbaator is redelijk modern, de country side daarentegen is een heel ander verhaal. Sinds jaar en dag trekken de nomaden met hun schapen, geiten, paarden, yaks en/of kamelen door het land heen. Het is te groot om je voldoende te bevoorraden, en dus is het de normaalste zaak van de wereld dat je gewoon bij iedereen die je tegenkomt aanklopt. Mongolen zijn bizar gastvrij, voor je het weet heb je een bak warm eten op schoot en een bed aangeboden gekregen. Zo ook wij. Dat eten is alleen iets waar ik de woorden niet voor kan vinden om te omschrijven. Je moet je bedenken dat zo’n familie uren en soms zelfs dagen verwijderd is van een dorp en dat ze geen elektriciteit hebben. Al het eten dat ze hebben moeten ze dus zelf maken en dat eten komt van, juist, hun vee. Zo is ‘airag’ iets waar elke Mongool direct van gaat spinnen. Airag is, lieve mensen, merriemelk. Paardenmelk. Melk uit een paard. En melk uit een paard is niet lekker – laat ik het beleefd houden. De Mongolen denken daar echter anders over en bij binnenkomst krijg je overal direct zo’n bak met melk in je handen.

En dan ontstaat er een ingewikkelde situatie. Want het is ontzettend onbeleefd om iets te weigeren, maar het is ook heel onbeleefd om je volledige maaginhoud te deponeren voor of over de voeten van je gastvrouw. Nu heb ik jarenlang geweigerd om de groente van m’n vader te eten dus ik ben er redelijk behendig in om voedsel ongemerkt te laten verdwijnen in broek- of jaszakken, maar de yoghurt/airag en ander vloeibaar voedsel was lastiger.

“Het enige waar ik maar niet aan kon en kan wennen is de uiterst penetrante geur van zure melk.”

Maar we gingen bij deze familie niet alleen eten, we gingen er ook slapen. Zo’n ger is redelijk groot, maar let wel; de hele familie slaapt er. In ons geval telde die familie 5 kinderen, 2 ouders, en wij dus. 10 man. In 1 ger. Doorgaans staan er 2 bedden, een voor paps en een voor mams. De kleinste kinderen slapen bij mams in bed en de rest van de familie ligt op de grond – en wij lagen er tussen. Het was fascinerend. Het enige waar ik maar niet aan kon en kan wennen is de uiterst penetrante geur van zure melk. Ze maken vanalles van de melk van de geiten/koeien/paarden, van yoghurt tot boter en van koekjes tot rijstebrei. Die melk staat in grote tonnen lekker hard te worden, en daar moet je dan dus naast slapen. De kachel in de ger wordt soms aangemaakt met hout, maar vaker met koeienstront. Koeienstront ja. Gedroogde koeienstront welliswaar wat de stank iets doet minderen, maar het is nog steeds niet bepaalde lentefris. Waar ik ook moeite mee had is de smerigheid van de mensen, denk niet dat er iets van een douche is ofzo. Dus, slapen met 9 vreemde Mongolen, die alleen in geen maanden een douche hebben gezien, de godganse dag zure melk producten eten en drinken en de boel warm houden door het verbranden van koeienstront. Kunt u zich even voorstellen hoe dat ruikt? Heb meelij lieve mensen. Heb meelij.

De rest van de trek bewaar ik voor een volgende post. Ik wil namelijk nog veel meer vertellen maar het wordt anders ondraagelijk lang. Ik zal vast verklappen dat het het vanaf nu met het uur leuker werd, dat Mendee en ik het enorm met elkaar konden vinden, dat er een nieuwe horseman kwam waar ik onmiddelijk verliefd op werd, en dat ik besloten heb ooit weer terug te gaan. Nee niet voor hem, maar voor het land. Mongolie is groot, er is genoeg te zien. Dit land heeft m’n hart compleet gestolen.

Klik hier om deel 2 te lezen