Hoe het schrijven van een boek in zijn werk gaat
Liesbeth Rasker
door Liesbeth Rasker
Achter de instafoto

Hoe het schrijven van een boek in zijn werk gaat

Zoals je op Instagram hebt kunnen zien heb ik hard geroepen over hoe mijn boek dan EINDELIJK af is. ‘Ingeleverd, strik er omheen’, aldus mezelf. Nu is dat zowel waar als onwaar, want een boek is pas af als het in de winkels ligt, en er moet god allejezus veel gebeuren voordat dat zover is. En omdat ik vaak vragen krijg over hoe dat nou allemaal gaat, een boek uitbrengen, ga ik jullie dat vandaag vertellen in een heel lang artikel aan de hand van het proces van boek 1 en boek 2.

Hoe Pinnen in Mongolië begon heb ik trouwens hier wel eens verteld, in dit stuk. Soloreizen kwam tot stand doordat ik in contact kwam met Hans Koenen van Kosmos Uitgevers en hij vroeg of ik niet een tweede reisboek wilde maken. Hij had nog wel een onderwerp op de plank, soloreizen, had ik daar wat mee? Ha! Nou, behoorlijk, en na een afspraak in het Conservatorium Hotel in Amsterdam waren we allebei al meteen razend enthousiast. Ik zou vertellen over mijn reizen, en dat dan afgewisseld met praktische tips, want dat vind ik belangrijk. Huppelend van enthousiasme ging ik naar huis.

‘Je moet weten, ik heb de gruwelijk irritante eigenschap dat ik niet kan schrijven als er geen contract of deadline is.’

Die afspraak was op 28 augustus dus je denkt, ohja dan ben je wel al een flinke tijd met dat boek bezig. Nou, nee. Je moet weten, ik heb de gruwelijk irritante eigenschap dat ik niet kan schrijven als er geen contract of deadline is, dus tot het moment van tekenen heb ik geen letter op papier gezet. En die contractafspraak was op dinsdag 23 oktober. Dus dat was het startschot.

screen-shot-2019-03-06-at-21-44-19

Toen ben ik met mezelf gaan brainstormen wat er in dat boek moest komen. Ik doe dat door ‘project boek’ te activeren in m’n hoofd, en het gedurende de hele dag ergens op stand by in m’n gedachtes te hebben staan. Zo gaat het eigenlijk met alles wat ik schrijf. Dan ben ik er de hele dag mee bezig, zonder er daadwerkelijk mee bezig te zijn, maar alles wat me dan te binnen schiet schrijf ik op in notes op m’n iPhone. Zo verzamel ik in een maand or so in grote lijnen de inhoud van het boek. Ook heb ik een paar keer met Hans gebeld om de boel vorm te geven, en toen ik het idee had dat het helemaal in m’n hoofd zat ben ik alle hoofdstukken, onderdelen, ideeën, input van volgers op Instagram, anekdotes, voorbeelden en meer van zulks op post its gaan schrijven. Vervolgens heb ik m’n tafel leeggeruimd en ben ik alles op volgorde gaan leggen en gaan schuiven totdat het klopte. Dat zag er zo uit:

screen-shot-2019-03-06-at-21-41-30

En dát heb ik vervolgens allemaal overgetikt in OpenOffice, wat een vier pagina lange inhoudsopgave werd. En toen ben ik het gaan schrijven. Nou ja, niet voordat ik het eerst heel lang voor me uit had geschoven. Ik zat niet lekker in m’n vel eind vorig jaar en had echt helemaal geen zin om leuk en vrolijk te vertellen over mooie verre landen, dus het kwam er allemaal niet van. Goddank had ik in september al een ticket geboekt voor de reis die ik nu maak, en het idee was dat ik 5 februari, zo’n drie weken in de reis, de eerste versie zou inleveren. Spoiler: dat heb ik niet gehaald.

Een eerste versie van een boek betekent in feite dat je alle tekst af hebt en dat die minstens een keer is gelezen door je redacteur. Een redacteur is je tweede paar ogen, iemand die ziet waar je te weinig informatie geeft, of teveel, waar je te vlak bent of te overdreven. Welke zinnen kloppen en welke niet. Wat niet duidelijk is of wat juist te veel wordt benadrukt. Of je jezelf niet aan het herhalen bent, of wanneer je er ergens te snel vanuit gaat dat je lezer begrijpt wat je bedoelt. Zeker romanschrijvers werken heel nauw samen met een redacteur, en over het algemeen werken ze altijd met dezelfde redacteur. Zodat die het oeuvre van de schrijver kent en ze goed op elkaar zijn ingespeeld.

Bij Pinnen in Mongolië werkte ik met Stephanie, zij doet vooral veel fictie en benaderde mijn werk eigenlijk ook zo. Redacteuren hebben een fantastisch gevoel voor verhaal en voor taal, weten alles van elke grammaticaregel ooit, en ik denk dat die arme Stephanie nog nooit zoveel werk heeft gehad aan een boek als aan dat van mij, want ik ben slordig en wil te snel en maak veel te lange zinnen zoals deze en doe daar dan ook geen komma’s in want die vind ik stom maar daardoor worden dingen ook snel onleesbaar en dat haalde zij er dus allemaal uit. Deze zin zou ze vreselijk vinden. Terecht wel. Ik leverde haar steeds delen van het boek in, en dan spraken we op de uitgeverij af als zij het gelezen had. Dan zat ze klaar met een blocnote, een pennetje, mijn geprinte werk helemaal rámvol met correcties en vooral bakken met engelengeduld voor mij en liefde voor het project. Zo noem je dat trouwens, ‘de correcties.’ Hieronder een voorbeeld van hoe zoiets eruit ziet.

screen-shot-2019-03-06-at-21-40-43

Vervolgens ging ik naar huis en voerde ik die correcties door (maar niet allemaal want ik hou nou eenmaal van lange zinnen), en schreef daarnaast de dingen die nog geschreven moesten worden. Als alle tekst gelezen is door de redacteur en alle correcties zijn doorgevoerd, heb je ‘de eerste versie’ af. Een daar ben ik nu met soloreizen. Hoera! Dat betekent dat je dus (bijna) geen nieuwe tekst meer hoeft te schrijven, en alleen nog maar dat wat er is gaat verbeteren.

De Stephanie van dit project heet Daniel, en omdat ik in het buitenland zit spreken we niet af maar leest hij mijn teksten digitaal en komen de correcties weer terug in track changes. Elke redacteur werkt anders, elke uitgeverij werkt anders, dus waar Stephanie heeel pietje precies werkte, is Daniel meer van de grote lijnen. Wat betekent dat ik ook weer anders werk. Hoe dan ook, de volgende stap is dat je die eerste versie gaat lezen op papier. Althans dat is hoe ik het doe. Ik print de hele bende uit, laat het inbinden, en ga het dan lezen net zoals jij het gaat lezen. Uiteraard lees je de hele tijd terug wat je schrijft, maar alles achter elkaar van papier op de bank (of in het geval van Soloreizen, op het strand) leest heel anders dan stukje voor stukje van een scherm op kantoor. Vind ik. Dat lezen doe ik met een rode pen en weer heel veel post-its, en dan ga ik strepen en krassen in alles wat anders / korter / strakker / beter moet.

screen-shot-2019-03-06-at-21-58-26

Dát voer ik dan weer allemaal door (de tweede versie), en ondertussen is ook de redacteur nog een keer aan het lezen en komt die ook met allemaal dingen (de derde versie). Vervolgens schaaf, pruts, priegel en piel je aan de tekst net zolang totdat iedereen tevreden is (de vierde versie). En dan, dan komt de laatste stap: de persklaarmaker, en dan ben je bij de definitieve versie. Maar voordat ik daar over vertel eerst nog even een extra tussenstap.

Want in het geval van Soloreizen komt er ook heel veel beeld in het boek, dus ondertussen ben ik mijn driemiljoen vakantiekiekjes aan het doorspitten op zoek naar foto’s die bruikbaar zijn voor het boek. Daar ben ik nu vooral druk mee. Want vormgever Kim van Noord, die ook deze site heeft gemaakt, moet daarmee aan de slag. Zij gaat dan proeflayouts maken, die ga ik bekijken en voorzien van feedback, en dan gaat zij al mijn tekst en beeld vormgeven – maar dat is dus later want dan moet eerst de tekst af zijn en bij de persklaarmaker zijn geweest.

De persklaarmaker is weer een nieuw persoon, en deze persoon gaat met een fris vers oog alle tekst lezen om elk klein taal- of tikfoutje eruit te halen. Ik ben bijvoorbeeld heel slecht met samenstellingen, en het vervoegen van ‘wil’ (wat belachelijk gênant is want ik heb fucking Nederlands gestudeerd), en soms gebruik ik teveel Engelse woorden. Zoals fucking. En die lange zinnen dus. Ohja en de volgorde van werkwoorden. Je moet schrijven ‘dat is wat ik heb geschreven’ en niet ‘dat is wat ik geschreven heb’, maar soms doe ik dat verkeerd en als de redacteur dat er niet uithaalt doet de persklaarmaker dat. Ook let deze persoon op de consistentie. Schrijf ik alle getallen voluit en op dezelfde manier, of kies je om dat niet te doen. Zitten er niet teveel gedachtestreepjes in een hoofdstuk. Of teveel accentstreepjes. Ook een zwaktebod van mij. Althans dit is hoe het ging met de persklaarmaker van Pinnen, ik ben nog niet bij dit deel bij Soloreizen. Hoe dan ook, die persklaarmaker stuurt dat document naar mij, ik ga dan wéér die dingen doorvoeren, lees alles nóg een keer door, en dan is het def af en gaat het naar de vormgever.

‘Je kunt dan zeggen ‘jezus ik had echt zo’n slechte proef’ en heel geïrriteerd met je ogen rollen. Dat deed ik veel en vaak.’

De vormgever gaat vervolgens de tekst omzetten tot een boek. Ook een boek als Pinnen, zonder beeld, is nog een heel gedoe om op te maken. Als de vormgever daar klaar mee is krijg ik het opgestuurd zoals het er uiteindelijk uit gaat zien. Dat heet een ‘drukproef.’ Je gaat dan kijken of de tekst goed wordt afgedrukt, in feite. Staan de paginanummers goed, kloppen de lettertypes, hoe is de bladverdeling, dat soort dingen.

Mijn eerste proef van Pinnen zat vol fouten. Zinnen werden niet goed afgebroken, kaders stonden op de verkeerde plek, lettertypes waren lelijk, etc etc. Je kunt dan zeggen ‘jezus ik had echt zo’n slechte proef’ en heel geïrriteerd met je ogen rollen. Dat deed ik veel en vaak. Maar ik ga die proef dan weer lezen, met rode pen, en verzamel alle dingen die er mis mee zijn. Daarmee ging ik dan weer zitten met Stephanie. Zij had het ook gelezen en ook dingen verzameld. Al onze opmerkingen gingen weer naar de vormgever, die voerde alles door. Dan komt er een nieuwe proef, die heet dan ‘de tweede drukproef.’ Die lazen we weer. Weer fouten eruit halen, weer aantekeningen doorvoeren, etc. Bij Pinnen hadden we zes drukproeven nodig. Zes keer lezen, corrigeren, afspreken, doorvoeren, en ja, dat proces was vaak hemeltergend frustrerend en vermoeiend. Zes drukproeven is veel, maar zeker niet uitzonderlijk veel.

Let wel: dit is allemaal hoe het met Pinnen in Mongolië ging, met Soloreizen zijn we hier nog niet.

Maar uiteindelijk is er dan een definitieve proef. En die, die gaat naar de drukker. Bij Pinnen lag het boek toen een week of twee later op de uitgeverij. Zo snel kan het dan gaan. En weer een week later lag het in de winkels. Naast Prince Harry. Toen was ik wel even jaloers op m’n boek.

d500f435-5c79-4cb5-aea3-97d2202dd731

Als mensen me toen vroegen ‘ben je blij met het boek!’ dan was het antwoord stiekem vaak ‘nee’, omdat ik het echt driehonderd keer had moeten lezen en het ding totaal kotsbeu was. Maar dat zei ik natuurlijk niet. Voordat ik aan Soloreizen begon bladerde ik het weer eens door en toen dacht ik ‘ohja, best leuk’, maar het is niet zo dat ik het nog een keer ga lezen

Maar dat is het. Zo maak je een boek. Of nou ja, zo ging het bij mijn boek(en). Dus de volgende keer dat je een boek leest, weet hoe vreselijk veel werk er in zit. En dan ging het bij mij nog heel snel, bij Pinnen zat er precies een jaar tussen contract en publicatie, bij Soloreizen driekwart jaar. Romans worden in járen geschreven, het is niet voor niets dat echte schrijvers vaak wonderlijke types zijn. Je moet wel een beetje gek zijn om ZO veel en ZO lang te werken aan iets dat uiteindelijk ZO weinig geld oplevert. Want dat is ook nog zo. De meeste schrijvers, waaronder ik, verdienen geen reet met hun boeken. Waag het dus niet boeken illegaal te downloaden, god wat haat ik dat.

En dan nu allemaal beloven mijn nieuwe boek te kopen want ik heb er dus HEEL VEEL tijd in zitten. En zolang dat er nog niet koop dan maar m’n eerste boek want das ook een heel leuk boek. HIER koop je dat bijvoorbeeld.

Disclaimer: Dit stuk is zo lang dat het inmiddels zelf ook bijna een boek is, maar er is geen redacteur of persklaarmaker aan te pas gekomen dus sorry voor taalfouten en fucking lange of juist te korte zinnen.

screen-shot-2019-03-06-at-22-03-02

Liesbeth Rasker
door Liesbeth Rasker

Leave a Reply